Castratie van de Reu

 

Een reu kan vanaf 6 maanden gecastreerd worden. Redenen om uw hond te laten castreren kunnen zijn:

Over het algemeen zal een reu na castratie rustiger worden. Probeer zo actief mogelijk te blijven en de hond niet te dik laten worden. Na de castratie veranderd de stofwisseling zodat de reu eerder dik wordt. Wij adviseren om na de castratie de hoeveelheid voor met een kwart te beperken. Er zijn echter altijd individuele verschillen.


Hoe gaat een castratie in zijn werk?

U kunt een afspraak maken om uw hond te laten castreren. De hond moet voor de operatie nuchter zijn. U kunt evt bij de voornarcose blijven. Voor de verdoving voeren wij een pre-anaesthetisch onderzoek uit. Dit houdt in dat wij het hart en de longen beluisteren. De hond krijgt de narcose dmv een injectie in de spier toegediend. Het duurt dan ongeveer 10 min voordat hij slaapt. Hierna gaat de hond naar de voorbereiding waar hij geintubeerd wordt en het operatiegebied gewassen en geschoren wordt. Daarna gaat hij naar de operatiekamer en wordt aangesloten op de gasanaesthesie en bewakingsapparatuur.

De hond wordt met steriele doeken afgedekt. Er wordt een snede in de huid voor de balzak gemaakt. Hierna wordt de bal opgedrukt naar voren. Het vlies waar de bal zich in bevindt wordt geopend waarna de zaadstreng en bloedvat afgebonden worden. De zaadstreng en het bloedvat worden doorgesneden, en de bal wordt verwijderd. De procedure wordt herhaald bij de tweede bal. De onderhuid wordt in een of twee lagen gesloten en daarna wordt de huid gehecht.

Als de operatie ten einde is wordt de hond naar de recovery gebracht waar hij kan uitslapen. Uw hond mag pas weer naar huis als hij lopend de praktijk kan verlaten. Wij adviseren wel om de hond met de auto op te halen. U krijgt van ons een nazorgformulier mee en pijnstillers voor de eerste 3 dagen. Na 10 dagen volgt er een operatiecontrole. Wij kijken dan of de wond goed genezen is en verwijderen evt nog aanwezige hechtingen. Deze nazorg is gratis.